Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

Nieuw meetinstrument Sciensano en UCLouvain toont aan: Wie in een achtergestelde buurt woont, heeft dubbel zoveel kans op vroegtijdig overlijden

Sciensano en UCLouvain ontwikkelden een nieuw meetinstrument om de sociale ontbering (‘deprivatie’) in ’s lands woonbuurten in kaart te brengen.

Het vernieuwende van deze “Belgische Index van Meervoudige Deprivatie” is dat hij verschillende aspecten van deprivatie samenbrengt en zo een veel duidelijker zicht geeft op de globale toestand in elke buurt. Hiermee komt een robuust instrument beschikbaar voor de strijd tegen gezondheidsongelijkheid.

Wat is deprivatie?

Deprivatie verwijst naar het tekort of het ontbreken van iets dat essentieel is voor een gezonde en normale ontwikkeling en functioneren. Deprivatie kent vele gezichten. Materieel uit het zich bijvoorbeeld in een tekort aan bepaalde goederen, diensten, middelen, of een gemis in de leefomgeving.

Het kan ook op sociaal vlak zijn, met bijvoorbeeld een gebrek aan sociale interactie en verbinding met anderen, of de gevolgen van het (niet) horen bij een bepaalde groep in de samenleving. Deprivatie slaat dus op het tekort aan iets dat essentieel is voor het menselijk welzijn.

Beter meten is beter weten

Onderwijs, beroep en inkomen worden vaak gebruikt als indicatoren om sociaaleconomische deprivatie te meten. Ze zijn gemakkelijk te meten, maar daardoor hebben ze ook een aantal beperkingen. Zo bieden ze een eerder beperkt perspectief, terwijl sociaaleconomische deprivatie juist een complex samenspel van verschillende aspecten is. Onderzoekers van Sciensano en UCLouvain ontwikkelden daarvoor met de Belgische Index van Meervoudige Deprivatie (BIMD) een oplossing.

De BIMD combineert via een specifieke wetenschappelijke methode de 6 belangrijkste domeinen van deprivatie: onderwijs, werkgelegenheid, inkomen, huisvesting, criminaliteit en gezondheid”, legt Martina Otavova, demograaf aan de UCLouvain, uit. „We meten de toestand in elk domein op basis van indicatoren die verwijzen naar onvervulde materiële en sociale behoeften. Daarvoor gebruiken we enkel bronnen met gegevens over de volledige bevolking, zoals de Belgische volkstelling, zodat we voor elke plaats in ons land de toestand kunnen tonen.

Concreet wordt voor elke statistische sector, het kleinste bestuurlijke niveau in België, een BIMD-score berekend. Nadien worden de statistische sectoren gerangschikt van meest tot minst achtergesteld. De BIMD is met andere woorden een relatieve maatstaf voor deprivatie. Onze resultaten laten zien dat in 2011, het meest recente jaar waarvoor de BIMD kon worden berekend, de gemeenten Sint-Joost-Ten-Node, Charleroi en Colfontaine het hoogste percentage achtergestelde gebieden hadden”, vervolgt Otavova. „Daarentegen stonden de gemeenten Holsbeek, Hove en Aartselaar bovenaan de lijst als minst achtergestelde Belgische gemeenten.

Een robuust instrument voor de strijd tegen gezondheidsongelijkheid

De BIMD biedt onderzoekers en beleidsmakers een nieuw en robuust instrument om ongelijkheden in België te bestuderen. Door het niveau van deprivatie te koppelen aan gezondheidsgegevens kunnen we het instrument bijvoorbeeld gebruiken om na te gaan wat het verband is tussen deprivatie en sterfte of ziekte doorheen het land.

In de berekeningen die we deden met de BIMD 2011 als achtergrond zagen we bijvoorbeeld dat wie in de meest achtergestelde gebieden woont, dubbel zoveel kans had om voortijdig (=vóór de leeftijd van 75 jaar) te overlijden, in vergelijking met wie in de minst achtergestelde gebieden woont”, legt Brecht Devleesschauwer, epidemioloog bij Sciensano, uit. “Gezien het grote potentieel van deze nieuwe tool, stellen we ons tot doel om deze jaarlijks bij te werken en te gebruiken om gezondheidsongelijkheden in België te monitoren”, besluit Devleesschauwer.

BIMD-project

Deel dit artikel